Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Ethiek

Binnen de academische gemeenschap gelden verschillende gedragsnormen en uitgangspunten die ten doelstelling hebben integer en ethisch verantwoord onderzoek te waarborgen, en lijnen tussen acceptabel en onacceptabel gedrag te trekken. Niet alleen  professionele onderzoekers bewegen zich in dit veld, maar ook docenten, PhD-studenten, geaffilieerde medewerkers, en jij als student-onderzoeker van de opleiding Sociale Geografie en Planologie.

In Utrecht, in de voorloper van dit departement, is sociaal geograaf Gerard A. Hoekveld (1934-2011) voorvechter geweest voor het thema en gedurende zijn loopbaan benoemde hij verschillende keren de relatie tussen ethiek en geografie. In 2005 mondt dit uit in zijn boek Het Hoogste Doel: over de verhouding tussen toegepaste sociale geografie en ethiek, waar hij zijn visie blootlegt en de veelal Engelstalige discussies vertaalt naar Nederlandse context (Hoekveld, 2005).

Te allen tijde dien je je bewust te zijn van de uitgangspunten van eerlijke wetenschap. Er is verschillende literatuur beschikbaar, alsmede een scala opgestelde gedragscodes, die je hierbij handvatten bieden. Vooral bij het opstellen van je methodologische verantwoording dien je bewust na te denken over je te maken keuzes, en deze transparant uit te schrijven. Waar de nadruk op moet liggen verschilt per type onderzoek, maar er gelden in Nederland algemene richtlijnen voor al het wetenschappelijke onderzoek dat verricht wordt.

De Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening is opgesteld door de Vereniging van Universiteiten (VSNU). De gedragscode hanteert vijf uitgangspunten die centraal staan, en leidend moeten zijn bij het uitvoeren van onderzoek, zeker als dit mensgericht onderzoek betreft, wat bij Sociale Geografie en Planologie veelal het geval is:

  • Eerlijkheid en zorgvuldigheid
  • Betrouwbaarheid
  • Controleerbaarheid
  • Onpartijdigheid
  • Onafhankelijkheid
  • Verantwoordelijkheid

De uitgangspunten gelden voor de gehele academische wetenschap en zijn essentieel om de zuiverheid van wetenschap te waarborgen. Als wetenschappers zijn we inherent bezig met vraagstukken die maatschappelijke impact kunnen hebben, en we dragen daarbij de verantwoordelijkheid naar de maatschappij om zorgvuldig te werk te gaan. Onderzoeksresultaten worden opgepakt door derden, waaronder andere onderzoeksinstituten, overheid, media en belangengroepen. Om het vertrouwen dat zij hebben in dit instituut en vakgebied te waarborgen is het van belang dat we eerlijk te werk gaan.

De Universiteit Utrecht is aangesloten bij de VSNU en heeft bijgedragen aan het opstellen van afspraken die nationaal nageleefd moeten worden. De UU heeft ook zelf verschillende richtlijnen opgesteld en hecht groot belang aan ethiek en integriteit. De UU zegt bijvoorbeeld over het eigen instituut dat “De Universiteit Utrecht staat voor professioneel en kwalitatief hoogstaand wetenschappelijk handelen en ethisch verantwoord onderzoek en onderwijs. De universiteit zet zich in voor wetenschappelijke integriteit. Daarnaast streeft zij naar ethisch verantwoorde keuzes in het onderzoek” (UU, 2018a).

Maar hoe maak je ethisch verantwoorde keuzes in onderzoek? Een aantal uitgangspunten voor goed onderzoek zijn vastgelegd in de Code of Conduct (omgangsregels) die voor alle medewerkers én studenten van de UU gelden. Deze omgangsregels spreken studenten specifiek aan op het belang van ambitie, commitment, respect en zorgvuldig zijn. Er wordt over studenten onder andere gezegd dat “wie studeert aan de universiteit bereidt zich voor op een carrière en een verantwoordelijke positie in de samenleving. Dit vereist intellectuele nieuwsgierigheid, actieve deelname aan onderwijs en nevenactiviteiten en een optimale inspanning voor goede studieresultaten” (UU, 2018b).

Om binnen die uitgangspunten het belang van ethiek en integriteit te benadrukken, is in juli 2014 de code Zorgvuldige en Integere Wetenschap vastgesteld. In dit supplementaire document worden zeven punten aangehaald waar de UU voor staat. Bij punt twee worden studenten (ook) direct aangesproken:

“Binnen de Universiteit Utrecht rust op alle medewerkers, studenten en andere betrokkenen bij onderwijs en onderzoek een eigen verantwoordelijkheid voor het in stand houden van zorgvuldige en integere wetenschap” (UU, 2018a).

De sociale wetenschap als instituut is veranderd in de vorige eeuw. In 1991 verscheen er in het vooraanstaande academische tijdschrift Progress in Human Geography een artikel van M.R. Curry waarin hij betoogd dat geografen met elkaar in discussie moeten gaan over ontwikkelingen in het academische veld die op dat moment grote invloed hebben op de uitvoering van wetenschap. Hij beschrijft de opkomst en groeiende macht van academische tijdschriften ten op zichte van boeken, de veranderende citeer-cultuur, het langzaam wegvallen van replicerend/falsificerend onderzoek uit vooraanstaande tijdschriften, en de regelrecht gemaakte fouten die rond die tijd boven tafel kwamen (Curry, 1991).

Ook thematisch was het veld aan verandering onderhevig. Sociale geografie en planologie consolideerden zich steeds verder als maatschappelijke, mensgerichte disciplines waarbij sociale relaties en verhoudingen veelal tot de onderzoeksthema’s behoren. Daarbij kwam het belang van ethiek en integriteit centraler te staan (Smith, 1997). David M. Smith (1997) doet een gewaagde poging een eerste literatuurverkenning te maken van hoe er met ethiek en integriteit wordt omgegaan binnen Sociale Geografie en Planologie, en constateert wat hij noemt een ‘moral turn’ (p. 583) waarbij er steeds meer aandacht komt voor sociale rechtvaardigheid, subjectivisme en relativisme.

Proctor (1998) constateert rond de eeuwwisseling dat geografen zich steeds meer bezig zijn gaan houden met de ruimtelijke dimensies van sociale rechtvaardigheid, wat onder andere tot uiting kwam in invloedrijke werken van geografen als David Harvey en David M Smith. Zodoende duiken er volgens hem inherent morele vragen op in het onderzoeksproces. Hij benoemt bijvoorbeeld zelf (Proctor, 1998, p.9):

  • Is it wrong to bend data to support one‘s conclusions?
  • To publish data gathered under some assumption of confidentiality on the part of the research subject?
  • To publish a work based substantially on the research of one’s graduate student(s) as one’s own?
  • To enter the policy arena as a scientist, where objectivity and partiality could well clash?

Zoals hij zelf constateert in zijn artikel in Area – tegenwoordig veel geciteerd op dit gebied – is er tot dan toe binnen de discipline weinig concrete aandacht besteed aan ethiek & integriteit, omdat positivistisme en universalisme, de eerdere leidende epistemologische stromingen, daar minder om vroegen. Later verschijnen er in hetzelfde blad andere artikelen van Proctor (1998b; 2002) waarin de discussie zich voortzet.

In 2002 verschijnt een artikel van Cloke (2002) dat tegenwoordig als één van de belangrijkste werken op dit gebied wordt gezien, en waarin Cloke pleit hoe er een inherent spanningsveld is tussen het schrijven over sociale rechtvaardigheid en dit uitvoeren in de praktijk. Hij neemt het mede-geografen kwalijk dat ze achter computers zitten en over kwaad schrijven, terwijl ze in de praktijk weinig doen dit tegen te gaan, en als bijstanders fungeren. Hij doet beroep op de maatschappelijke plicht van sociale wetenschappers en wil minimaal dat ze bijdragen aan een betere wereld, respect hebben voor anderen, en reflectief te werk gaan. Hij somt dit op in vier adviezen (Cloke, 2002, p.602):

  • being open to plurality, and problematizing what we take as given, necessary, ordinary or ordered, both within and without ourselves;
  • refusing to reinscribe social rule, and assuming responsibility for trespasses by seeking to interrupt rather than repeat them;
  • forgiving and releasing these trespasses, and promising to redirect how our effects bear upon the future;
  • understanding the importance of invisible powers, and unleashing aspects of the spiritual which exceed governing forms of individual conscience and public reason.

Naast dat het belangrijk is dat je correct omgaat met medestudenten, docenten en anderen waar je mee te maken krijgt tijdens je studie, zal je vooral met ethiek & integriteit te maken krijgen wanneer je voor methodologische keuzes staat. Het verschilt per type onderzoek en opdracht hoe belangrijk en prominent ethiek is en met wat voor soort ethische vragen je te maken hebt.

In alle fases van onderzoek doen krijg je wel eens te maken met ethische vragen. In de keuze van je onderwerp, thema’s en literaire handvatten zit bijvoorbeeld al een ethisch aspect – waarom kies je voor auteur A en niet voor auteur B? Waarom gebruik je die theorie en niet andere? Wat doe je als blijkt dat je uitkomsten en theorie niet matchen? Waarom kies je voor de ene casestudy en niet de andere? Wat doet dit met je uitkomsten?

Een centraal punt bij ethiek is transparantie. Je dient transparant te zijn ten aanzien van gebruikte ideeën (bronvermelding), maar ook ten aanzien van je gemaakte operationalisering keuzes, eventuele belangenverstrengelingen, je eigen positionering, de manier van werving van participanten, en je algehele plan van aanpak. Er is geen handboek of blauwdruk van dé correcte methodologie voor jouw onderzoek. Ieder onderzoek, groot en klein, vraagt om een eigen benadering. Derhalve is het van belang altijd zo transparant (maar bondig) mogelijk je keuzes en stappen te formuleren. Op die manier draag je bij aan betrouwbaarheid, eerlijkheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid, onafhankelijkheid en de verantwoordelijkheid, de zes principes van wetenschappelijke integriteit (Scheepers, Tobi & Boeije, 2016, 24-28).

Daarnaast hoor je na te denken over je omgang met mensen, plekken en uitkomsten. Zoals eerder in dit hoofdstuk gesteld hebben geografen inherent te maken met mensen-plaats relaties of mens-mens relaties. Als jouw onderzoek blijvende impact maakt op geworven participanten of ondervraagde respondenten, hoor je te verantwoorden waarom je dat zou doen. Het is hierbij van belang dat je het principe ‘do no harm’ als uitgangspunt neemt. Laat je een optie open in je enquête voor mensen die inkomen of gender liever niet delen? Ga je foto’s gebruiken? En hoe zit dat dan met privacy? Laat je eerlijk en volledig al je significante variabelen in multipele regressie? Wees ook transparant naar je participanten en respondenten. Vertel hen wat het nut van het onderzoek is, waarom ze mee zouden moeten doen, wie het wat oplevert, wat er met hun data/antwoorden gebeurt, en garandeer altijd dat je hun data zal anonimiseren.

Besef je dat niet alleen wij vinden dat het belangrijk is dat je minimaal actief nadenkt over bovenstaande zaken, en zoveel mogelijk keuzes verantwoord. Er zijn in het verleden verschillende situaties opgedoken waarbij er achteraf onethisch was gehandeld, zoals de affaire met Diederik Stapel. Ook op internationaal niveau horen we ons te conformeren aan aangescherpte regels en richtlijnen, zoals de EU General Data Protection Regulation (privacywet) die ten doelstelling heeft de privacy van burgers te waarborgen. Ook in jouw onderzoek moet je dat in acht nemen. Stel daarom bijvoorbeeld een dataplan op. Wat doe je met de data van je respondenten om hun privacy te waarborgen? Hoe garandeer je anonimiteit? Waar zet je de data allemaal neer? Wat doe je met audio-opnamen van interviews? Om er zeker van te zijn dat je handelt conform actuele trends, dien je het gesprek aan te gaan met je docent/begeleider.

Voor kwalitatief onderzoek is het belangrijk dat je nadenkt over hoe je participanten werft, wat je van hen vraagt, welke quotes/uitkomsten je kiest om te bespreken (en welke niet!), wat je met transcripten doet, wat jouw rol in het onderzoek is, en hoe het van invloed kan zijn op jouzelf en de participanten. Je doet er goed aan om een sociaal contract af te sluiten met participanten, bijvoorbeeld in de vorm van een consentformulier. Hierin kan je weergeven dat je anoniem en zorgvuldig met de data van respondenten om zal gaan, en eerlijk met hun antwoorden. Schrijf in ieder geval de verantwoording van je keuzes volledig uit in je methodehoofdstuk.

Bij kwantitatief onderzoek spelen andere zaken, zoals wat je wel en niet opneemt in een enquête, hoe je variabelen benadert en welke toetsen je gebruikt, welke kleuren en vormen je gebruikt om je data te presenteren, en wat je doet met je dataset. Bij een chorochromatische kaart kunnen de gebruikte kleuren je boodschap positief of negatief ondersteunen (denk aan het verschil in lading tussen hard rood en groen, of de combinatie zwart/geel). Bij een grafiek kan het uitmaken welke range je weergeeft, bijvoorbeeld slechts een paar jaren of longitudinaal, waarbij een positief beeld kan ontstaan.

Dergelijke handelingen zijn wel eens geconstateerd in het bedrijfsleven bij de weergave van jaarcijfers (Beattie & Jones, 2010). Het onderstaande fictieve voorbeeld laat dezelfde data zien, waarbij de eerste weergave en de tweede weergave andere uitkomsten lijken te  schetsen.

Kwantitatieve wetenschappers denken wellicht dat door cijfers en statistiek hun eigen rol kleiner is, maar dat is niet het geval. Schrijf je keuzes en selecties op in het methodehoofdstuk.

Bij methodologische en verplichte vakken als Gebieden in Mondiaal Perspectief, Wetenschappelijk Leeronderzoek, Kwalitatieve Onderzoeksmethoden en Wetenschappelijke Vorming krijg je een basis aangeboden en worden verschillende onderwerpen behandeld die binnen de hoofdthema’s ethiek en integriteit vallen.

Bij het schrijven van je bachelor-scriptie wordt je geacht je bewust te zijn van de verschillende uitgangspunten, en dien je deze in de praktijk te brengen. Hoewel er geen formele ethische commissie is voor het onderzoek van studenten, wordt er waarde gehecht aan de naleving van de uitgangspunten en gedragscodes. Ga het gesprek aan met je begeleider wanneer jullie samen de methodologie bespreken.

Bij twijfel kan de Examencommissie worden ingeschakeld, bijvoorbeeld als een student plagiaat pleegt. Om zeker te zijn dat je ethisch verantwoord en integer te werk bent gegaan, kan je de Checklist Eerlijke Wetenschap raadplegen.