Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Bronnen verzamelen

Het is belangrijk om doelgericht te werk te gaan bij het zoeken naar bronnen. Zo vergroot je de kans op het vinden van relevante informatie. Hierdoor verlies je geen tijd aan het lezen van bronnen die niet ter zake doen en bouw je aan een beter fundament voor je rapportage. Om doelgericht te werk te gaan, maak je gebruik van een zoekstrategie. Een zoekstrategie is een manier van informatie zoeken (een werkwijze) die gericht is op efficiënt en effectief vinden van informatie die je nodig hebt om je onderzoeksvraag te beantwoorden.

 Het eerste wat gedaan moet worden is het helder krijgen van je onderwerp. Waar gaat jouw onderzoek of paper over? Wat hoort er wel en wat hoort er niet bij? Naast het bepalen van je onderwerp moet je zoektermen bedenken die jou voldoende bronnen opleveren die aansluiten bij je onderwerp. Zorg ervoor dat je zoektermen overeenkomen met de gebruikelijke termen in het betreffende onderzoekveld: hoe wordt er in de literatuur geschreven over jouw onderwerp? Welke termen en woorden worden daar gebruikt? Pas je zoektermen aan op basis van wat je tegenkomt. Soms kom je in een artikel andere termen tegen die goed passen bij jouw onderwerp en die je daarom meeneemt in je verdere zoekstrategie. Zo komt in het onderzoek naar schaliegas en schalieolie de term ‘tight oil’ regelmatig voorbij. Je doet er verstandig aan die ook mee te nemen in je zoektocht. Engelstalige websites leveren vaak meer en betere zoektermen op (bijvoorbeeld de Engelstalige versie van Wikipedia).

Bij het bedenken van zoektermen kun je ook denken aan verschillende soorten termen:

  • synoniemen (woorden met dezelfde betekenis)
  • bredere en smallere termen
  • verwante termen
  • antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis)
  • vertaling naar relevante talen
  • personen en instanties die belangrijk zijn voor je onderwerp
  • denk ook aan de verschillende woordvormen (enkelvoud, meervoud), spellingsvarianten en eventuele afkortingen.

Er zijn ook hulpmiddelen die je kunt gebruiken bij het bedenken van zoektermen. Woorden uit reeds gevonden bronnen, uit studieboeken, uit een achtergrondartikel op internet (bijvoorbeeld Wikipedia), uit woordenboeken of thesauri (synoniemenwoordenboeken) kunnen je op weg helpen.

In wetenschappelijke literatuur vind je andere informatie dan in beleidsrapporten. Bedenk daarom van te voren welke informatie je nodig hebt en wat die je op moet leveren. Bijvoorbeeld: een aanleiding voor een onderwerp bespreek je aan de hand van een mediabron; de theoretische verkenning en afbakening komt uit wetenschappelijke literatuur; aan de hand van beleidsrapporten en statistische data bespreek je de context van jouw onderzoeksgebied. Benoem voor jezelf welke informatie je zoekt en in welke documenten je dat denkt te kunnen vinden. Zo specificeer je je zoektocht.

 Als je een overzicht hebt van wat je zoekt en in welk type document je dat denkt te vinden, is het de vraag waar je die documenten vindt. Er is niet één algemeen zoeksysteem, dus je zult verschillende databases moeten gebruiken. De keuze voor een database hangt ook weer samen met de soort informatie die je zoekt. Als je informatie zoekt over recente ontwikkelingen, kom je eerder uit bij een wetenschappelijk artikel dan bij een boek. Gebruik juist een handboek (zoals Daniels et al., 2009) als je geïnteresseerd bent in een algemeen bekende theorie (bijv. Wallersteins ‘world-systems theory’) of een algemeen geografisch onderwerp (bijv. gentrification). Op de site van de Universiteitsbibliotheek (UB) staat per vakgebied een overzicht met de te gebruiken zoeksystemen, met daarbij korte beschrijvingen. Daarnaast vind je op de UB-site zogenaamde LibGuides. Deze ‘gidsen’ geven je meer informatie over het gebruik van verschillende zoeksystemen. Kijk hier naar; goed om kunnen gaan met deze databases is essentieel voor het vinden van de juiste en relevante informatie.

Voor het vinden van wetenschappelijke artikelen wordt binnen ons vakgebied veel gebruik gemaakt van Scopus en Google Scholar. Voor het zoeken van boeken kun je onder meer gebruik maken van de catalogus van de UB (voor het vinden van de boeken die de UB in bezit heeft, zowel op papier als elektronisch) en van Google Books voor het vinden van informatie over boeken, zoals de titel, auteur(s), of inhoudsopgave.

 Nu je je zoektermen hebt bepaald, kun je gaan zoeken. Daarbij zijn twee dingen van belang: 1) hoe voer je je zoektermen in? en 2) hoe bouw je systematisch je zoekactie op?

De manier waarop je zoektermen invoert heeft gevolgen voor de output. Als je in een zoekactie bijvoorbeeld meerdere zoektermen tegelijk gebruikt zoeken bijna alle zoekmachines naar documenten waar alle termen die je genoemd hebt in voorkomen. Je kunt je zoekactie verder specificeren door gebruik te maken van operatoren:

 Door AND toe te voegen, zoek je naar een combinatie van begrippen. Bijvoorbeeld “climate change” AND adaptation.

  • Wanneer je OR toevoegt, moet minimaal één van de begrippen voorkomen. Bijvoorbeeld burgerschap OR burgerparticipatie.
  • Door NOT toe te voegen, kun je de zoekopdracht specificeren. Als je informatie wilt vinden over de krekel (cricket), is het verstandig om je zoekopdracht zo te formuleren: cricket NOT sports.
  • Wanneer je een zoekterm hebt die uit verschillende woorden bestaat, of woorden die in een specifieke woordvolgorde moeten staan gebruik je “…”. bijvoorbeeld “citizen participation”.
  • Door een asterisk * achter een woordstam te plaatsen zoek je naar alle mogelijke uitgangen van dat woord. Gebruik bijvoorbeeld govern* zodat je in één keer zoekt naar government, governing, governance, governed etc.
  • Je kunt verder gebruik maken van filters en limieten om alleen die informatie te vinden die relevant is voor jouw onderwerp. Bijvoorbeeld: bronnen vanaf 1990, of als subject area de informatie beperken tot de Social Sciences (en alle bètastudies buiten beschouwing laten).

Je kunt je zoekactie op verschillende manieren systematisch opbouwen. Je kunt heel breed en algemeen beginnen en later je onderwerp toespitsen. Dit kan ervoor zorgen dat je snel een algemeen overzicht hebt van je onderwerp. Wanneer je onderzoek doet naar wereldsteden, is het verstandig om eerst een beeld te krijgen van wat wereldsteden zijn, wat er onder verstaan wordt en wat daar in het algemeen over geschreven is. Maar let wel op dat je niet blijft hangen in de algemene literatuur, maar dat je op een gegeven moment je zoekstrategie toespitst. Welk aspect van die wereldsteden ga jij onderzoeken? Waar richt jij je op?

Daarnaast is de opbrengst van je zoektocht natuurlijk ook van belang: heb je heel veel resultaten en zie je door de bomen het bos niet meer? Gebruik dan meer en specifiekere termen, gebruik filters (bijvoorbeeld op jaar) en gebruik AND in plaats van OR om je onderwerp af te bakenen. Andersom kan ook; wanneer je te weinig resultaten krijgt, moet je minder en bredere termen gebruiken en kun je werken met OR in plaats van AND.

Bij de sneeuwbalmethode ga je uit van documenten die je al kent. Je gaat zoeken op kenmerken van gevonden literatuur, zoals auteur, verwijzingen, trefwoorden en citaties. Let wel op: door deze methode te gebruiken vind je alleen oudere literatuur dan het document dat je al had. Ook loop je het risico om vooral literatuur te vinden die geschreven is vanuit één denkwijze of perspectief. Om recentere literatuur te vinden, kun je gebruik maken van het citatiezoeken in zoekmachines. In verschillende zoekmachines wordt weergegeven welke latere auteurs het gevonden document hebben geciteerd. Vaak is dit eveneens relevante literatuur voor jouw onderwerp. Je kunt ook een aantal zoekmachines als uitgangspunt nemen en die systematisch doorzoeken: op basis van de door jou opgestelde zoektermen doorzoek je deze zoekmachines en leg je de gevonden resultaten naast elkaar.


Hier lees je meer over welke bronnen je kunt selecteren.

Hier lees je meer over hoe je bronnen kunt structureren.

Hier lees je meer over wat er in een theoretisch kan komen te staan.