Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Conclusie/discussie

Twee belangrijke aspecten:

  1. In de conclusie/discussie staat nooit nieuwe informatie (dus ook geen nieuwe figuur of foto);
  2. Bronvermelding is ook voor dit hoofdstuk een vereiste.

De conclusie en discussie zijn het sluitstuk van een onderzoeksrapport. Het sluitstuk is erg belangrijk, omdat daar de rode draad van het verhaal wordt afgerond. Een goed slot tilt een verslag naar een hoger niveau. De termen ‘conclusie’ en ‘discussie’ worden door elkaar heen gebruikt.

Ga na in hoeverre jouw conclusies het gevolg zijn van de onderzoekscontext en in hoeverre ze ‘de werkelijkheid’ benaderen. Bedenk dat een goede reflectie ongelukkige keuzes, bijvoorbeeld in een scriptieonderzoek, kan ‘rechtzetten’, omdat je de beoordelaar laat zien dat je inmiddels weet hoe het wel moet.

  • de centrale vraag;
  • een korte samenvatting van de resultaten, van één à twee alinea’s. Geen statistieken, maar de hoofdlijnen;
  • jouw antwoord op de centrale vraag;
  • een duiding van de resultaten, waarin je de lezer uitlegt hoe de resultaten geïnterpreteerd kunnen worden. Zijn de resultaten naar verwachting? Sluiten ze aan bij eerder onderzoek of spreken ze eerder onderzoek tegen? Waar zou dat aan kunnen liggen (aan de onderzoeksmethoden misschien)? Positioneer de uitkomsten in de toepasselijke theoretische en/of maatschappelijke discussie. In deze fase van het onderzoek moet je dit kunnen. Je bent immers expert op het onderzoeksthema;
  • het belang van de resultaten. Dit hangt deels samen met het vorige punt, maar ook met de relevantie die in de inleiding beschreven is;
  • onbeantwoorde vragen die aan het licht zijn gekomen door dit onderzoek. Bedenk dat er altijd verder onderzoek gedaan kan worden. Het is de kunst om precies aan te geven welke vragen nu aan de beurt zijn. Als expert weet je aan welke kennis nu behoefte is;
  • de mogelijkheden om je conclusies te generaliseren. Dat heeft te maken met de toepasbaarheid van je onderzoek op andere groepen, regio’s of projecten;
  • reflectie op de manier waarop de conclusies tot stand zijn gekomen. Vraag je bijvoorbeeld af of
    • een andere onderzoeksmethode een andere conclusie had opgeleverd
    • de gekozen case achteraf gezien de meest geschikte was
    • je kansen hebt laten liggen door onvoldoende door te vragen bij een interview / een enquêtevraag niet op te nemen
    • het spreken van die ene sleutelpersoon een interessante toevoeging zou zijn geweest

Lees hier meer over hoe je tot een goede conclusie kunt komen.

Aanbevelingen

Na de conclusie en discussie volgen soms nog aanbevelingen: adviezen om bijvoorbeeld beleid aan te passen of een bepaald proces te verbeteren.

Daarnaast kun je aanbevelingen formuleren voor verder onderzoek, bijvoorbeeld als uit jouw onderzoek blijkt dat meer/ander onderzoek naar een bepaald fenomeen nodig is. Met name in onderzoek voor opdrachtgevers zijn aanbevelingen belangrijk, omdat ze richting dienen te geven aan bijvoorbeeld nieuw beleid.

Let bij het formuleren van aanbevelingen op de volgende aandachtspunten:

  • Formuleer kort en duidelijk
  • Aanbevelingen dienen voort te vloeien uit je onderzoek, en zijn dus gebaseerd op de uitkomsten van je onderzoek
  • Benoem wie verantwoordelijk is voor een bepaalde actie: de lokale overheid? Een bepaalde doelgroep (burgers, ondernemers)? Een specifieke organisatie? Zonder een duidelijke rolbepaling wordt een aanbeveling al snel van tafel geveegd, en voelt niemand zich verantwoordelijk
  • Formuleer je aanbevelingen SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden
  • Formuleer aanbevelingen niet te vrijblijvend: dus geen ‘de gemeente Utrecht zou wellicht kunnen overwegen om….’ als echt blijkt dat er iets gedaan moet worden: ‘de gemeente Utrecht moet……’
  • Nummer de aanbevelingen, of werk met bullet points, zodat er snel naar verwezen kan worden – het is vervelend om in een bespreking van een onderzoeksrapport met een opdrachtgever te moeten zoeken naar de vierde aanbeveling die ergens in een doorlopende tekst staat