Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Discussiëren

Discussiëren

Een discussie kan ontstaan als de standpunten van twee of meer personen verschillen. Bijvoorbeeld als de één gemeentelijke herindeling een adequate oplossing vindt voor te veel ambtelijke bureaucratie en de ander niet. In een discussie geven de verschillende partijen aan waarom ze achter een standpunt staan. Ze geven dus argumenten die het standpunt aannemelijk maken. Zo ga je samen op zoek naar het beste standpunt.

Een vijftal regels is van groot belang voor een goede discussie (Eemeren, Grootendorst, & Snoeck Henkemans, 2001 Eemeren, F., Grootendorst, R. & Snoeck Henkemans, A. (2001). Inleiding in het analyseren, beoordelen en houden van betogen (2e druk). Leiden: Martinus Nijhoff.):

  1. Elke deelnemer is vrij zijn standpunten of twijfels te uiten.
  2. Een argument of standpunt moet ondubbelzinnig geformuleerd zijn.
  3. Wie een standpunt uitspreekt, moet het standpunt op verzoek verdedigen.
  4. Een standpunt waarvoor je onvoldoende argumenten hebt, moet je intrekken.
  5. Als een ander zijn standpunt degelijk verdedigt, moet je je twijfel laten varen.

Hoe overtuigend je bent, hangt in belangrijke mate af van de kwaliteit van je argumenten. Je doet er goed aan om concrete voorbeelden, cijfers of onderzoeksuitkomsten te noemen. De manier waarop je je standpunt verdedigt doet er ook toe. Zo kun je beter een aantal argumenten achter de hand houden dan je kruit in één keer te verschieten. Ook is het krachtiger om te stellen dat ‘uit onderzoek is gebleken dat …’ dan ‘ik weet toevallig dat …’ of ‘ik vind dat …’.


Een debat is een specifieke discussievorm, één met regels (bijvoorbeeld over de spreektijd per persoon). Een voorwaarde voor een succesvol debat is een goede stelling. Het is nuttig om hierbij stil te staan. Tijdens de opleiding zul je meerdere keren stellingen ontwerpen, bijvoorbeeld voor een discussie als interactief onderdeel van een presentatie. Let daarbij op het volgende:

Voor- en tegenstanders moeten gelijke kansen hebben in het debat. Dan zijn voor beide kanten van de stelling argumenten te bedenken.

Voorbeeld

Gelijke kansen voor beide partijen: Het beleid van minister Vogelaar in prachtwijken is succesvol geweest.

Ongelijke kansen voor de voorstanders: De overheid moet zich niet langer bekommeren om de bewoners van achterstandswijken.

 

Een stelling betreft in het ideale geval een onderwerp dat leeft onder de deelnemers en het publiek. Het is niet een weergave van jouw persoonlijke mening. Provoceer een beetje!

Voorbeeld

Prikkelend: De overheid moet locaties voor windmolenparken kunnen aanwijzen zonder de omwonenden te consulteren.

Niet prikkelend: We moeten de risico’s van zeespiegelstijging minimaliseren.

 

Een stelling is bondig en helder geformuleerd en bevat geen dubbele ontkenning. Je hoeft vooraf niet elke term te definiëren. Soms leidt een betwistbaar begrip juist tot een boeiende discussie. In het voorbeeld over prachtwijken kun je discussie verwachten over wie het beleid voordeel heeft gebracht: de oorspronkelijke bewoners, de gemeente, de woningcorporatie? Dat is nu net interessant.

Voorbeeld

Helder: Meer cameratoezicht in de openbare ruimte is een wenselijk middel tegen geweld in de nachtelijke uren.

Vaag: Cameratoezicht moeten we toejuichen.