Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Soorten eindproducten

Aan deze pagina wordt gewerkt.


Een essay heeft als doel om een bepaald standpunt te communiceren, inclusief de bijbehorende onderbouwing met argumenten. Die argumenten zijn ontleend aan tal van bronnen, waaronder wetenschappelijke artikelen. Door te refereren naar andermans ideeën en bevindingen zorg je voor een afstandelijke verdediging. Je communiceert niet jouw persoonlijk oordeel, maar een weloverwogen en breed geaccepteerd oordeel. Bronvermelding is essentieel, zowel in de tekst als in de vorm van een literatuurlijst.

Een essay bestaat uit enkele pagina’s (zie de opdrachtomschrijving voor de specifieke richtlijn) en bevat in ieder geval een inleiding, een middenstuk en een conclusie. Er is geen indeling in hoofdstukken en paragrafen, alleen in alinea’s. Zorg dat je jouw standpunt noemt in de inleiding en de conclusie. In het middenstuk neem je de lezer mee in jouw denkstappen. Die stappen moeten logisch op elkaar volgen en leiden tot de conclusie (je standpunt). Als lezers zich afvragen ‘hoezo?’, ‘wie zegt dat?’ of ‘waaruit blijkt dat?’, ben je niet goed op weg. Wees dus kritisch op je eigen argumentatie. Een essay wordt niet zomaar een oefening in wetenschappelijk denken genoemd.

Het middenstuk bestaat uit meerdere alinea’s. In elke alinea staat een argument. Met signaalwoorden (ten eerste, immers, bovendien, etc.) help je de lezer om zich te oriënteren in de tekst. Je wilt tenslotte dat de lezer je in gedachten volgt langs de rode draad van je betoog.

In een essay kun je eventueel de persoonlijke voornaamwoorden ‘ik’ en ‘wij’ gebruiken in de inleiding en de conclusie. Het komt de overtuigingskracht van je argumenten ten goede als je dit niet doet in het middenstuk.

In de opleiding zijn er verschillende momenten waarop je gevraagd wordt om te reflecteren. We onderscheiden daarbij ‘reflectie op inhoud’ en ‘reflectie op proces’. Het schrijven van de discussie van een paper of je thesis is een voorbeeld van ‘reflectie op inhoud’. Hierbij reflecteer je op de wijze waarop de conclusies tot stand zijn gekomen. Je reflecteert hierbij op de validiteit en betrouwbaarheid van de data: kun je met deze data inderdaad deze conclusie trekken? Had een andere manier van dataverzameling ook deze conclusie opgeleverd?

Een ander type reflectie is die op ‘proces’. Aan het eind van een cursus, na het afronden van een groepsproject, of als afsluiting van een stage volgt regelmatig een reflectieverslag. Reflecteren houdt in dat je nagaat waarom je iets op een bepaalde manier doet, en je eigen handelen en gedrag daarbij. Het gaat daarbij niet zozeer om een evaluatie, in de zin van ‘goed’ of ‘niet goed’, maar vooral naar de betekenis van die ervaring voor jou, je eigen leermomenten daarbij en een blik naar de toekomst: wat betekent deze ervaring voor projecten die nog komen gaan? Door middel van reflecteren leer je over jezelf.

Een reflectieverslag schrijf je in de ‘ik’-vorm. Daarbij kun je een aantal vragen als leidraad gebruiken. Begin daarbij met kort je eigen verwachtingen vooraf, ten aanzien van de opdracht, de stage, het samenwerken, op papier te zetten. Daarna geef je een beschrijving van de taken die je in het kader van die opdracht hebt uitgevoerd. Hierna kun je in je reflectieverslag schrijven welke van deze werkzaamheden je leuk en minder leuk vond, waarom dat zo was, en wat je een volgende keer anders zou doen.

Vragen die je hierbij als leidraad kunt gebruiken:

  • Wat waren je verwachtingen en je ambities vooraf ten aanzien van de taak/de opdracht?
  • Welke taken heb je gedaan?
  • Hoe vond je dat je het deed?
  • Was je tevreden met de resultaten?
  • Wat is de essentie van wat je geleerd hebt, zowel inhoudelijk als persoonlijk?
  • Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Wat heb je daar dan voor nodig?
  • Kun je met wat je hiervan hebt geleerd ook iets in andere situaties?

Denk tijdens het schrijven van je verslag goed na over je eigen prestaties, en geef in je tekst ook aan wat beter kon, en waar je minder tevreden over bent.