Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Centrale vraag en deelvragen

Centrale vraag

Vrijwel elke tekst die je in het kader van je opleiding schrijft, heeft een centrale vraag. In je tekst geef je het antwoord op deze vraag breng je verslag uit van je onderzoek. Vaak passen onderzoekers hun centrale vraag enkele keren aan naarmate ze hun onderzoeksthema uitgebreider verkennen.

De centrale vraag

  • heeft een sociaal-geografische of planologische invalshoek;
  • kan niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord worden;
  • is niet suggestief, maar neutraal;
  • is scherp geformuleerd en laat geen ruimte voor meerdere interpretaties;
  • kan beantwoord worden onder de gegeven omstandigheden (hoeveelheid tijd en geld die je ter beschikking hebt, beschikbare data en de mogelijkheden om aan data te komen).
  • bevat, indien nodig, een afbakening in tijd (bijvoorbeeld bij ontwikkelingen: ‘het veranderde gebruik van het Griftpark sinds 2000’)

Deelvragen

Na de centrale vraag, zijn de deelvragen aan de beurt. Die betreffen altijd een deelonderwerp van het centrale thema. Ze zijn specifiek en passen daardoor onder de overkoepelende centrale vraag. Ze staan in dienst van de centrale vraag.

Terwijl je over je deelvragen nadenkt, knip je het werk op in haalbare tussendoelen. Door de deelvragen stap-voor-stap te beantwoorden, kun je uiteindelijk de centrale vraag beantwoorden. Hieronder zijn aan de hand van een centrale vraag deelvragen opgesteld.

Er is niet een vast aantal deelvragen, maar er is wel een aantal dingen waar je rekening mee kunt houden bij het opstellen van deelvragen. Hiervoor is de plattegrond van een huis een bruikbare analogie.

Je kunt de buitenmuren van het huis zien als de hoofdvraag en de kamers in het huis als deelvragen.

  • Ten eerste moeten alle deelvragen binnen de muren van het huis, dus binnen de hoofdvraag, vallen. Je moet dus zorgen dat je geen deelvragen stelt over concepten of verschijnselen die niet, of alleen indirect van toepassing zijn. (zie “1” in de figuur)
  • Ten tweede is het belangrijk dat alle kamers gezamenlijk het huis helemaal vullen, als het ware, en er geen ruimtes open blijven. Met andere woorden, de deelvragen omvatten gezamenlijk alle onderdelen van de hoofdvraag. (Dus de kamer van “2” moet niet leeg blijven)
  • Als laatste is het van belang om na te denken over de volgorde van de deelvragen. Het is niet ongebruikelijk dat eerst deelvraag 1 beantwoord moet worden alvorens er een antwoord op deelvraag 2 gevonden kan worden. Denk dus bij het opstellen van de deelvragen na over de volgorde.

Dus als alle deelvragen zijn beantwoord, volgt het antwoord op de hoofdvraag hier logisch op.