Logo Universiteit Utrecht

Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Theoretisch kader

De informatie die je hebt gevonden en geselecteerd gebruik je voor het schrijven van een theoretisch kader of literatuur review. In een theoretisch kader geef je een kritisch overzicht van de belangrijkste ideeën en onderzoek over jouw onderwerp. Je laat zien dat je weet wat er al bekend is over jouw onderwerp. Alle uitspraken die je doet zijn gebaseerd op betrouwbare bronnen. Ook bespreek je de concepten en theorieën die relevant zijn voor het onderwerp en laat je zien welke tegenstellingen er in het debat aanwezig zijn.

Een goed theoretisch kader heeft een goede focus, is geschreven met een duidelijk doel en is kritisch. Breng bronnen met elkaar in verband en benoem eventuele tekortkomingen in de literatuur. Het is niet de bedoeling om alleen maar een beschrijving te geven van je gevonden theorie. Je moet in het theoretisch kader verschillende bronnen met elkaar combineren en er een analyse van maken. Ook moet je geen samenvattingen van verschillende bronnen achter elkaar zetten. Door het een geïntegreerd geheel te maken laat je zien boven de stof te staan. Dit resulteert in een unieke tekst. Je wilt de discussie rondom je onderwerp afstandelijk weergeven. Je persoonlijke mening blijft op de achtergrond. Toch is jouw stempel zichtbaar. Dat zit in de manier waarop je verschillende bronnen integreert, in welke volgorde je de tekst opbouwt en in de manier hoe je bronnen tegen elkaar afzet. De keuzes die je daarbij maakt verschillen van persoon tot persoon.

Na het schrijven van het theoretisch kader heb je als het goed is een overzicht van de belangrijkste literatuur over je onderwerp. Je hebt verschillende standpunten naast elkaar gezet en kritisch besproken. Het is nu mogelijk om op basis van de literatuur een conceptueel model op te stellen waarin je de verwachte verbanden weergeeft.

Een conceptueel model is een schematische weergave van de verbanden tussen variabelen volgens de theorie. Het conceptueel model helpt je bij het formuleren van hypothesen (verwachtingen over bestaande verbanden) en geeft je inzicht in de gegevens die je nodig hebt (bijvoorbeeld de enquêtevragen).

Een conceptueel model bestaat uit:

  • De variabelen die volgens de theorie relevant zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag. De variabelen zijn de kenmerken van de onderzoekseenheden.
  • De verwachte relaties tussen de variabelen. Indien variabelen elkaar wederzijds beïnvloeden spreken we van samenhang. In het conceptueel model wordt dit aangegeven door een lijn, of een dubbele pijl. Indien de er sprake is van causaliteit (de ene variabele beïnvloedt de andere, maar niet omgekeerd) wordt er een enkele pijl gebruikt.
  • De onderzoekseenheden. Dit zijn de elementen van het onderzoek, bijvoorbeeld studenten, huishouden, bedrijven of gemeenten. Alleen als er sprake is van meerdere typen onderzoekseenheden worden de onderzoekseenheden in het conceptueel model vermeld, zodat duidelijk is welke variabelen en relaties betrekking hebben op welke eenheden. In een onderzoek naar gebruikers en aanbieders van voorzieningen in de zorg kan onderscheid worden gemaakt tussen consumenten en producenten als onderzoekseenheden.