Kaarten
Kaarten zijn vrijwel altijd een nuttige toevoeging aan een sociaal geografische of planologische tekst. Ze passen in het resultatenhoofdstuk, maar ook in de inleiding, het theoretisch kader of het methodenhoofdstuk.
Het is van groot belang dat je een geschikte kaart gebruikt. Een plaatje van Google Maps voldoet meestal niet. Vaak is meer detail nodig. Zo gebruik je bij een tekst over het industriegebied in Keulen geen kopie van het wegennet van Duitsland. De informatie die je presenteert in een kaart versterkt de boodschap die je over wilt brengen. Als je geen geschikte kaart kunt vinden, zul je er zelf één moeten maken.
In deze paragraaf vind je basisinformatie over kaarten. Voor meer informatie gebruik je het cursusmateriaal van de cursus GIS/Cartografie. Ook beschikt de UB over een grote collectie kaarten. Je vindt deze verzameling in de kaartenzaal op de zesde verdieping. Op de website van de UB is onder de noemer ‘bijzondere collecties’ meer informatie beschikbaar over de mogelijkheden die de kaartenzaal biedt.
Belangrijke onderdelen van een kaart
Elke kaart bevat in ieder geval de volgende elementen:
- Een legenda
- Een titel
- Een bronvermelding, die terugkomt in de literatuurlijst
- Een schaalstok of verhoudingsgetal in de titel (1:1000) (met uitzondering van thematische kaarten van een, voor de doelgroep, bekend gebied)
Sommige kaarten hebben daarnaast:
- Een noordpijl (als de kaart niet op het noorden is georiënteerd)
Let daarnaast ook op dat de ‘extent’ van de kaart goed staat. Dit betekent dat de data volledig zichtbaar is (dus niet ergens afgesneden door de grenzen van het kaartbeeld), en dat er niet te veel van de omgeving zichtbaar is waardoor de gepresenteerde data moeilijk af te lezen is. Je zoekt voor de lezer van de kaart de balans tussen voldoende oriëntatiemogelijkheden en duidelijke presentatie van de data.
Type kaarten
Er zijn grofweg twee typen kaarten: topografische en thematische kaarten. Een topografische kaart:
- geeft nauwkeurig de vaste, zichtbare elementen van het aardoppervlak weer (reliëf, rivieren, wegen, huizen, etc.);
- bevat benamingen (van steden, regio’s, landen, etc.);
- toont alleen die elementen die bijdragen aan het doel van de kaart;
- wordt meestal gemaakt aan de hand van luchtfoto’s.
Een thematische kaart:
- geeft de spreiding, relatie of aard weer van al dan niet zichtbare ruimtelijke verschijnselen (bijvoorbeeld werkloosheidspercentage in Utrecht-Zuid);
- bevat een minimale hoeveelheid topografische informatie ter oriëntatie;
- kan zowel absolute als relatieve waarden weergeven;
- geeft punts- of gebiedsinformatie (bijvoorbeeld een punt waarvan de grootte staat voor de bevolkingsomvang of een ingekleurd gebied waarbij een donkere kleur staat voor een hogere bevolkingsdichtheid).