Academische Vaardigheden Sociale Geografie en Planologie

Onderzoek doen

Onderzoekscyclus: Stappen van onderzoek doen

In elk onderzoek volg je een reeks stappen, ook wel de onderzoekscyclus genoemd. Hoewel we deze cyclus lineair aanleren en rapporteren, is onderzoek doen in de praktijk dikwijls iteratief – ook nadat je bent begonnen met het onderzoek, kun je je onderzoeksmethoden verder aanscherpen, de doel- en vraagstelling beter laten aansluiten op het onderzoek dat je uitvoert en de onderzoeksactiviteiten verder verfijnen.

 

PROBLEEMSTELLING  – Je begint vaak met het kiezen van een onderwerp, waarna je dit verder afbakent. Je zoekt bronnen, selecteert de relevantste en structureert deze. Als je genoeg bronmateriaal hebt gevonden en je goed weet waar je over gaat schrijven, schets je de probleemstelling. Hierin formuleer je de vraagstelling en beschrijf je de doelstelling, waarmee je de wetenschappelijke en maatschappelijke relevantie van jouw onderwerp belicht.

THEORIE – Vervolgens verdiep je je verder in de literatuur en identificeer je relevante theoretische debatten en de belangrijkste concepten. De literatuurstudie en een geannoteerde bibliografie helpen je hierbij. Je schrijft het theoretisch kader en schetst een conceptueel model en/of raamwerk waarin je de belangrijkste variabelen of begrippen visualiseert.

ONDERZOEKSONTWERP – Dit is het ontwerpproces om tot een onderzoeksplan te komen. De eerdere stappen in de onderzoekscyclus helpen je om tot een routekaart (ofwel een onderzoeksplan) te komen voor het doen van het eigen onderzoek. Dit onderzoeksplan bestaat uit een aantal vaste onderdelen: 1. Inleiding (inclusief relevanties), 2. Doel en vraagstelling, 3. Theoretisch kader, 4. Studieontwerp, 5. Databronnen, 6. Ethiek, en 7. Planning. Het onderzoeksplan moet een coherent en haalbaar plan zijn met een onderzoekbare vraagstelling.

Afhankelijk van je type hoofdvraag en (eventueel) deelvragen, bepaal je welke methode de beste is om deze te beantwoorden. Je selecteert wie of wat je wilt onderzoeken: je onderzoekseenheden en/of waarnemingseenheden. Je kunt kiezen voor één methode of je combineert meerdere methoden (zie ook triangulatie), zoals bijvoorbeeld in gemengd methoden onderzoek (mixed-methods).

DATAVERZAMELING, DATA ANALYSE EN RESULTATEN – Je verzamelt de vereiste data en analyseert deze. Ook dit kan op verschillende manieren. De manier waarop je je data gaat analyseren, bedenk je al tijdens het ontwerpen van je onderzoek. Bijvoorbeeld, beschrijvende statistiek, regressieanalyse, thematische analyse, etc.

CONCLUSIE, RAPPORTAGE EN EVALUATIE – Gedurende het hele onderzoeksproces (ontwerp, uitvoering en rapportage) reflecteer je op het eigen onderzoek. Leidt het onderzoek tot de beantwoording van de hoofd- en deelvragen? Hoe ga je om met relevante ethische vraagstukken? Sluit de operationalisering aan op de dataverzameling? De verschillende stappen in een onderzoek volgen elkaar logisch op en zijn met elkaar verbonden. Hoewel je een lijn volgt in de uitvoering van het onderzoek, blik je steeds terug en scherp je waar nodig onderdelen aan. Onderzoek doen is een iteratief proces. Zie scriptie/verslag empirisch onderzoek.